di 19 oktober 2010. 14:34

Door MrVegeta op zaterdag 30 oktober 2010 02:20 - Reacties (9)
Categorie: -, Views: 5.247

Vandaag was een lange dag, ik werd vanochtend wakker gemaakt terwijl het buiten nog donker was, voor mijn gevoel was ik nog maar net in slaap gevallen maar tijdsbesef ben ik al een aantal dagen kwijt. Herman stond in de deuropening “We gaan beginnen! Ik zie je over 10 minuten buiten!” Met een duizelig gevoel stond ik op en kleedde me om. Ik stommelde het gebouw uit, buiten zag ik drie tien man brede rijen van militairen staan en daarvoor stond Herman, ik wreef nog eens goed in mijn ogen. “Jongens! Dit is Herman! Ons nieuwe lid!” Riep Herman met een luide stem die door de basis echode, “Tenminste als hij de test kan doorstaan.” De mannen achter hem lachten een beetje en een ongemakkelijk gevoel kroop over me heen. Rechts van me ging een groot licht aan, het licht scheen over een kooi heen waar een onmenselijk geluid uit kwam en boven mij ging ook een lamp aan.

“Vijfendertig meter voor je ligt een kapmes, zeventig meter van je zit één van hun in een kooi. Als je je bij ons wil aansluiten dan weet je wat je te doen staat.” De verlichting ging uit aan hun kant, “Open de kooi!” Met een luide klap viel de kooi open en met slepende benen kwam het beest (ik kan het geen mensen meer noemen) naar me toe. Ik stond verstijfd aan de grond, de enige gedachte die door me heen ging was wegrennen. Maar waarheen? En waarom? Mijn brein kwam weer online en zette mijn benen aan het werk. Langzaam liep ik naar het mes toe maar wat ik ermee ging doen was mij een raadsel. Het monster schuifelde langzaam naar mij toe, zijn handen naar mij toe gestrekt, zijn kaak was verdwenen maar er kwam nog geluid uit, een harde kreun kwam uit keel en ik voelde mijn lichaam weer bevriezen maar ik beviel mijn benen om door te lopen, ik begon zelfs te joggen en voor ik het wist had ik het mes in mijn hand. Het mes was lichter dan ik had verwacht en ik zwaaide het twee keer voor mij uit. Ik keek op en zag dat het beest al dichtbij was.

Nu ik het beter kon zien zag ik zijn kleding, het was een camouflagepak, hetzelfde wat ik aan had. Ik deed een stap naar achter maar struikelde over mijn eigen benen en viel met een harde klap op de grond. De val leek het beest fanatieker te maken en ik kon nu zijn ogen zijn, koude witte dode ogen zonder emotie kwamen dichterbij terwijl ik achteruit kroop op handen en voeten. “Je weet wat je te doen staat!” “Het is jij of hem!” “Doe het!” Hoorde ik verschillende stemmen schreeuwen. Ik nam diep adem, sloot mijn ogen en ik probeerde mijn hartslag te controleren maar het lukte niet, en een stoot adrenaline schoot door mijn lichaam heen. Ik stond op, draaide me om en hield het mes voor mij uit. Het beest stond nu 2 meter van mij vandaan, zijn kleren bebloed, kaak was weg en zijn handen zwaaiend voor zich uit. Ik had het kapmes beet als een honkbal knuppel en zwaaide het zo hard als ik kon voor me uit. Ik hoorde het bot kraken, ik had te laag gemikt en het mes zat vast in zijn schouder in plaats van nek. Zijn handen grepen mijn kraag en het begon zich naar me toe te sleuren. Ik tilde mijn voet op en plaatst het hard in zijn buik en het viel achterover op de grond, ik stond over het heen gebogen en zijn armen waren wild aan het zwaaien. Ik greep het mes en probeerde het uit zijn schouder te trekken maar het zat helemaal vast en het probeerde overeind te komen maar ik trapte het nogmaals naar beneden dit keer op zijn borst.

Ik realiseerde me dat ik het mes niet meer ging terug krijgen en ik deed een stap terug. Paniek nam weer over en ik begon aan van alles te denken behalve behalve aan wat er voor me op de grond lag totdat het mijn been vastgreep en zijn hoofd er naar toe bracht, uit reflectie gaf ik het een schop in zijn gezicht en ik voelde zijn botten breken. Wederom schoot er een shot adrenaline door me heen en ik nam een stap en plante mijn voet hard op de slaap van zijn hoofd, ik voelde het meegeven en tilde mijn voet nogmaals op en stampte dit keer zo hard als ik kon op zijn hoofd. Dit keer ging ik door zijn schedel heen, zijn lichaam schudde heftig en viel daarna stil. Ik haalde mijn voet uit het hoofd maar ik zat vast aan een stuk schedel en bijna viel ik weer achterover maar snel herstelde ik mijn balans en schudde mijn voet heen en weer en ik was bevrijd van zijn dodelijk grip.

Met een oogverblindende flits gingen de lampen achter mij weer aan, ik tilde mijn hand voor mijn ogen en hoorde gejuich en applaus om me heen. Toen mijn ogen zich aanpasten aan het licht zag ik de mannen naar me toe lopen, juichend en zwaaiend terwijl het angstzweet in mijn ogen prikte en mijn hartslag tekeer ging. Ik zag de ravage die voor me op de grond lag, het mes stak nog in zijn schouder en van zijn hoofd was weinig over. Een grijze massa lag rondom zijn gebroken schedel en een zuur gevoel kwam uit mijn maag door mijn keel, ik wilde slikken maar mijn mond was droog en toen manifesteerde de geur van de ravage zich in mijn neus en ik viel op mijn knieën en ik kokhalzde maar mijn lege maag had geen inhoud en het enige wat er uit mijn mond kwamen waren pijnlijke kreunen en slijm. Achter hoorde ik me gelach en één van de jongens gaf me een flesje spa blauw die ik snel leeg dronk. "Ik wist dat je het in je had. Goed gedaan!” zei Herman met een luide stem die me deed opschrikken, hij tilde me overeind en mijn knieën trilden hevig, de wereld draaide voor mijn ogen en daarna was alles zwart.

Ik werd wakker met de zon in mijn gezicht en even voelde alles wat er was gebeurd als een nare droom maar nog geen seconde later hoorde ik de jongens achter me weer met messen in bomen aan het hakken. Één van de jongens zag mij overeind komen en zei spottend “Kijk, zo doe je dat!” en met een zijwaartse zwaai hakte hij het mes in de boom, zette zijn voet tegen de boom en trok het mes er weer uit. Ik tilde mijn hand op en zwaaide zijn kant op, een glimlach vormde zich op zijn gezicht. Herman liep mijn kant op en ik ging weer zitten om nog even te genieten van dit moment. “Sorry voor vanochtend maar we moeten weten dat iedereen die met ons meevecht zich niet terughoud of te bang is om te doen wat er moet gebeuren” “Het beest dat ik dat ik -” Herman onderbrak me en vroeg “Beest? Beesten leven voor ons mensen, hun vacht houd ons warm en hun vlees eten we. Het enige wat deze wezens willen is ons eten, het zijn geen beesten maar Zombies! Voortaan noem je ze Zombies!” “Okiay, de Zombie waar ik mijn voet in stampte vanochtend, had je hem ook hier heen gebracht?” vroeg ik aan Herman. “Helaas is niet iedereen uit hetzelfde houd gesneden...” en hij bood me wat te eten aan, “Wanneer je je beter voelt meld je je bij onderofficier de Wit die daar staat en hij verteld je wat je gaat doen. Welkom bij Nederland Vrij.”

ma 18 oktober 2010. 10:30

Door MrVegeta op dinsdag 26 oktober 2010 19:40 - Reacties (24)
Categorie: -, Views: 3.916

Mijn vorige post is hier te lezen, vanwege een klein foutje was die moeilijk te vinden etc Zombiepocalyps: zo 17 oktober 2010. 21:18

De helikoptervlucht nam ons over Groningen heen, overal stonden auto's, sommigen met lichten aan en vele anderen waren tegen elkaar aangebotst. Tussen de auto's door zag ik iets bewegen maar vanaf deze hoogte kon het niet duidelijk zien. Herman zag mij rondkijken en duwde een verrekijker in mijn handen. Ik keek er doorheen en zag dat tussen de auto's door de ondode lichamen van de stad lopen. Ze hadden geen doel, geen richting waar ze heen gingen, ze botsten tegen elkaar aan en liepen een andere richting op met hun armen naar voren gestrekt. In één van de de auto's zat een bestuurders vast achter zijn gordel, het voorraam van de auto was gebroken en zijn armen zat onder de snijwonden van het glas maar het maakte hem niet meer uit. Terwijl ik door de straten zat te kijken stootte Herman me aan en vroeg om de verrekijker. Ik vroeg aan hem “Is het overal zo?” Herman zei niets maar zijn gezicht vertelde alles. De hoop om mijn vrienden en vriendin ooit nog te zien daalden nog meer.

Na een poosje rondgevlogen te hebben was ik helemaal de weg kwijt, ik had geen idee meer welke kant we opgingen of waar we waren en niemand wilde me vertellen wat de bestemming was maar alles was beter dan in Groningen. Uit mijn ooghoek zag ik een licht knipperen in de verte en naarmate we dichterbij kwamen werden meer details duidelijk, het licht had een rode kleur en zat vast aan een hoge toren. Om de toren heen stonden een gebouwen met daarnaast grote wagens geparkeerd, dit alles in camouflage kleuren. “Waar zijn we? Is dit een legerbasis?” vroeg ik aan Herman. Hij antwoordde “Beetje klein voor een legerbasis is het niet?” en daar had hij gelijk in, in het geheel was het ongeveer even groot als twee voetbalvelden naast elkaar. Herman drukte mijn gordels nog eens goed aan en we begonnen aan de daling.

Een kleine minuut later stonden mijn koude voeten op cementen parkeerplaats terwijl de koude wind door mijn kleren heen blies, ik had geen idee hoe laat het was maar ik voelde me moe en wilde een warme douche nemen en een goede nacht slapen. Alsof dat ook maar iets zou veranderen. Herman en de piloot liepen richting een gebouw en ik volgde terwijl ik om me heen allemaal militairen zag oefenen, ze hadden de geweren om hun schouder hangen en in hun handen hadden ze grote kapmessen waarmee ze in bomen aan het hakken waren. Mijn lip krulde tot een kleine glimlach maar de realisatie van de situatie deed deze alweer snel verdwijnen. We liepen een klein gebouw in dat me deed denken aan een noodlokaal waar ik een jaar in heb gezeten tijdens groep acht omdat een gedeelte van de school was afgebrand.

Het was warm en stil binnen. Herman liep een kamer binnen terwijl de piloot die zich voorstelde als Hans mij, hemzelf en een derde glas drinken inschonk, rinkelend zette hij de glazen gevuld met een bruin goedje op tafel. Herman kwam terug de kamer in en gooide een rugzak naar me toe. “Drink je glas leeg, ga hier douchen en kleed je om. Ik zien je in 20 minuten buiten.” De douchecabine was erg klein maar na alles wat er de afgelopen dagen was gebeurd voelde het alsof ik onder een waterval van warm water stond dat alle pijn en stress van mij afspoelde, helaas werd deze warme waterval na een paar minuten een koude douche en snel draaide ik de kraan dicht en droogde me af. Uit de rugzak haalde ik een stevige donkerbruine broek, een grijs hemt dat eigenlijk net te klein was, een zwarte trui en dikke sokken die ik snel over mijn alweer koude voeten trok. In de cabine hing een camouflage jas en stevige zwarte schoenen die goed pasten. Ik trok alles aan, keek nog eens in de spiegel en herkende mezelf nauwelijks.

Buiten stond Herman op me te wachten, eenmaal ik naast hem stond vertelde hij dat deze kleine basis enkele dagen geleden was opgezet. Herman was een kapitein in het Nederlandse leger en nadat hij hoorde wat het virus deed in landen als Japan en Rusland wilde hij het Nederlandse volk waarschuwen maar werd door zijn oppersten tegengehouden. Hierdoor besloot hij samen met een aantal van zijn onderofficieren uit het leger te stappen en zijn eigen basis op te bouwen en zodoende zijn ze hier. Het leger wordt nu ingezet om levenden en doden te vernietigen en om hooggeplaatste mensen te beschermen terwijl de mensheid om hun heen dood aan het gaan is. In deze basis wil hij mensen onderbrengen, beschermen en trainen voor wat er moet gaan gebeuren. Na een kleine rondleiding bracht hij me weer terug naar het gebouw waar ik eerder was en toonde mij een slaapkamer, of tenminste iets wat er op moest lijken. Het was een kamer van drie bij drie meter en op de grond lag een matras. Zonder me om te kleden liet ik me op het matras vallen en al snel was ik in een diepe slaap.

zo 17 oktober 2010. 21:18

Door MrVegeta op zondag 17 oktober 2010 21:18 - Reacties (4)
Categorie: -, Views: 2.435

De man die vasgeboeid aan de tafel voor mij lag knipperde met zijn ogen en probeerde overeind te komen wat hem niet lukte vanwege de boeien aan zijn armen en benen. Hij tilde zijn hoofd omhoog en zag hij mij zittend op een stoel tegen de deur aan met de shotgun stevig in mijn handen. We keken elkaar aan maar zeiden beiden niets. Na een aantal minuten begon zijn nieuwsgierigheid de overhand te krijgen en hij vroeg wie ik was. Ik antwoordde ontwijkend, “Mijn naam is Herman” en stelde hem dezelfde vraag. Met een kleine glimlach en sarcasme zei hij “Goh, da's toevallig. Mijn naam is ook Herman.” Ik reageerde niet. “Wat gaan we doen?” Vroeg hij. “Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat ik aan het doen ben, ik heb een aantal vragen.” “Vraag maar raak, we hebben alle tijd.” Zei Herman.

“Hoe groot is de chaos in de steden?” Herman slaakte een diepe zucht en zei “Het virus verspreid zich enorm snel, voordat mensen doorhebben wat er is gebeurd zijn ze vaak al geïnfecteerd. De overheid heeft geprobeerd het virus te containen maar zijn daar in gefaald. Om massa paniek te voorkomen is het volk niet gewaarschuwd waardoor grote groepen mensen, hele wijken en grote steden over nacht opgesloten zaten door hordes levende doden. Het leger is ingeschakeld om bepaalde delen te bewaken maar zelfs voor hun is de chaos te groot... hoe ben jij hier terecht gekomen?”

Twijfelend beken ik “De tafel waar jij nu op ligt, enkele dagen geleden werd ik daar ook op wakker, geboeid net als jou. Een vrouwelijke dokter maakte mij wakker en bevrijde mij van de boeien. Shit was aan. Blijkbaar waren een aantal testsubjecten ontsnapt en het virus begon zich door het laboratorium te verspreiden. Ik kon ontsnappen maar zij werd gebeten. In haar laatste momenten gaf ze mij haar Keycard zodat ik hier weg kon. Die nacht heb ik buiten in een boom geslapen, de volgende dag ben ik hier weer terug gekomen, opzoek naar overlevenden, informatie... wat dan maar ook. Ik dacht dat jij één van hun was...” Herman lachte zacht en mompelde iets wat ik niet kon verstaan. Ik vertelde dat zijn collega's verder op op de vloer lagen met een kogelgat in hun hoofd, Herman slaakte wederom een diepe zucht.

Ik vroeg of hij familie had maar hij reageerde niet, ik begon daarna over mijn vriendin en mijn vrienden te praten. Minuten vlogen voorbij tot ik werd onderbroken door Herman, met een lage koude stem zei hij “Geef het op, ze zijn allemaal verandert of dood, net als je familie.” Om één of andere reden deden deze woorden heel weinig met me, misschien vertelde ik mezelf dat het niet zo was maar misschien kon het me ook niet schelen wat er met hun is gebeurd. Herman vroeg of ik hem kon losmaken, “Waarom zou ik dat doen?” antwoordde ik. “Ik kan ons hier weghalen, ik kan contact opnemen met iemand die ons naar een veilige plek kan brengen.” “Hoe kan ik jou vertrouwen? 'Herman'” “Wat voor keuze heb je nog meer? Ga je op je blote voeten met een shotgun je vriendin redden? Dit is geen film, jongen.” Ik vond de toon waar op hij “Jongen” zei niet veel aan en gefrustreerd zei ik “Ik kan je hier ook achter laten, zien hoe lang je het overleefd, oude man.” Ookal was hij niet echt oud, een jaar of veertig denk ik.

Herman lachte weer, dit keer harder. “Ik mag jou wel, je hebt lef. Maar serieus, om terug te komen op mijn voorgaande vraag, wat wil je gaan doen?”. Dit keer zuchtte ik diep en realiseerde ik me dat ik geen plan had, geen plek om te slapen, geen tandenborstel, helemaal niets. Ik vroeg Herman waarom hij mij mee zou nemen naar de zogenaamde veilige plek. “Je bent een slimme en sterke jonge kerel. Die kunnen we nu goed gebruiken.” Herman slikte en haalde diep adem “en je doet me denken aan mijn zoon.” Ik twijfelde maar besloot om Herman los te maken, helaas had ik geen sleutels om de boeien los te maken “Ik ga even rondkijken of ik ergens iets kan vinden om je mee los te maken”. Ik draaide me om, pakte het geweer, deed de deur open en liep de gang in. Ik zocht door een aantal kasten maar ik vond alleen flesjes, naalden en andere medisch spul. Ik liep verder de gang door en vond een deur met een bordje waar op stond “Opslagruimte”. Ik klopte op de deur en legde mijn oor er tegenaan om te luisteren of ik iets hoorde bewegen. Na 30 seconden was het nog stil, ik deed een stap naar achter en met al mijn kracht trapte ik tegen de deur aan die met een luide klap verrassend makkelijk open zwaaide.

Het was donker maar het licht van de gang scheen naar binnen, langzaam liep ik naar binnen terwijl mijn ogen zich probeerden aan te passen aan de duisterheid. In een grote metalen kast vond ik een grote kniptang, precies wat ik moest hebben. Toen ik weer op de gang was hoorde ik een korte schreeuw vanuit Herman zijn kant komen. Ik bevroor aan de koude grond. “Herman! Kom hier! SNEL!” en daarna hoorde ik een kreunend geluid dat ik onderhand zo vaak had gehoord dat ik het herkende. Mijn benen gingen aan het werk en met een korte sprint stond ik in de deuropening. Ik zag een torso met daaraan één arm en een verminkt hoofd tegen de tafel waarop Herman lag te slaan en krabben. Herman riep iets maar zijn woorden klonken achterstevoren. In slow motion zag ik mij handen de shotgun omhoog tillen, ik deed 2 stappen naar voren, mijn voetstappen klonken als bominslagen en het was het enige geluide wat ik hoorde. Rustig nam ik adem, richtte de shotgun op het wezen en trok aan de trekker. Nog steeds in slow motion zag ik het lichaam van het al verminkte wezen exploderen, klodders vlees en bloed vlogen tegen de muur aan. Het kreunde nog eens zacht waarna zijn hoofd op de vloer viel, ditmaal zonder romp er aan.

Zonder adem te halen of te knipperen stond ik naar de ravage te kijken totdat ik de stem van Herman weer hoorde “We moeten hier weg! Maak me los!” Mijn brein kwam weer terug en ik knipte de boeien van Herman door. Zonder een bedankje te zeggen pakte hij uit zijn broekzak een apparaat, hetzelfde apparaat als ik had gekregen van Vanessa. Hij tikte een aantal keer op het display en zei “Code Brown. Code Brown. Locatie lab delta. Extractie vereist.” Herman stond op en hij was groter dan ik had verwacht. “We moeten naar buiten, er komt zo vervoer die ons meeneemt.” Samen liepen we het lab uit, éénmaal buiten was het donker geworden en een koude wind blies door mijn kleren heen terwijl ik naar een volle maan keek. We wachten nu samen op een helikopter die binnen enkele minuten zou moeten komen. Ik vraag me af waar ik heen ga, ik vraag me af hoe het met mijn vrienden is. Ze zijn slim, wie weet zijn ze veilig. Daarna dacht ik aan mijn vriendin, wat zou er met haar gebeurd zijn. In de verte hoor ik een helikopter aan komen.

zo 17 oktober 2010. 16:57

Door MrVegeta op zondag 17 oktober 2010 16:57 - Reacties (7)
Categorie: -, Views: 2.679

Ik werd vanochtend wakker door een sirene, het deuntje had ik nog niet eerder gehoord dus het was geen politie, brandweer of ambulance en voordat ik doorhad waar het geluid vandaan kwam was het alweer weg. Een boom met takken (…) functioneerde als mijn slaapplek voor de nacht, hoog droog en veilig voor alles wat onder mij zou kunnen lopen of kruipen. Ik herinner me vaag een al was het meer een nachtmerrie maar door het geluid dat uit mijn broekzak komt realiseer ik mij dat het geen droom was en beelden van gister springen voor mijn ogen langs. Ik schud mijn hoofd , pak de telefoon en keek op het display, ik zag weer een kaart van Nederland maar nu kon ik wel bepalen waar ik ongeveer was. Het hoge Noorden, vlak boven Groningen knipperde een rode cirkel op de kaart, rechtsonder in het display staat een kompas.

Rechtsboven in het display knipperde een symbool. Ik tikte op het display en een menu klapte open, helaas in een taal die ik niet begreep, ik kon het ook niet goed plaatsen maar als ik een gok moest doen zou ik zeggen, Oost Europees. Ik tikte op een aantal willekeurige vakjes en symbolen en een nieuw scherm opende zich. “Status update gevraagd* *Resultaten onderzoek subject #3* *Waarschuwing subjecten gedragen zich agressiever 5 uur na de verandering* // UIT //”

Ik doe een poging om via het toetsenbord een telefoonnummer in te voeren en te bellen maar ik kan nergens een knop vinden om het uiteindelijk te bellen, gefrustreerd begin ik me steeds meer af te vragen wat dit precies is. Het is een heldere dag maar het begint koud te worden met mijn blote voeten en kleren die niet van mij zijn. Ik kijk goed rond langs de horizon opzoek naar “dingen” maar het enige wat ik zie zijn een aantal rookpluimen in de verte, volgens de kaart en kompas komt het rook uit de richting van Groningen. Tegen beter weten in besluit ik nog eens te kijken bij het laboratorium, wellicht zijn daar antwoorden of misschien zelfs overlevenden te vinden. Ik klim uit de boom en voel het zachte gras tussen mijn tenen kruipen terwijl ik joggend de weg van gister terug loop.

Na een kleine 400 meter kom ik bij het hek, ook hier kijk ik weer goed om me heen en gelukkig zie ik niets verdachts. Ik klim over het hek met veel meer lawaai dan ik zou willen maar niemand lijkt het op te merken. Voorzichtig loop ik naar de trap en kijk over het randje. De kust is veilig, ik neem een diepe adem en loop zo stil mogelijk de trap af, voorzichtig kijk ik door het glas van de deur heen, het is dat ik volgens mij 2 dagen niets heb gegeten maar anders had ik alles er weer uitgegooid. In de gang lagen tientallen lichamen, of beter gezegd... lichaamsdelen. Hoofden, armen, benen, rompen... en verrassend weinig bloed. In de muren zie ik gaten, het lijken op kogelgaten van een shotgun – komen die jaren van FPS games toch nog van pas –, ik wil me eigenlijk omdraaien en wegrennen, maar waarheen? Wat kan ik doen, wat moet ik doen? Hoe ziet de stad er uit, hoe ziet de wereld er uit? Terwijl ik me dit afvraag gleed ik de keycard automatisch door het slot heen en de deur gleed open maar klemde vast in de romp van … Vanessa. Met mijn blote voet duw ik haar aan de kant en sleep de romp in de deuropening. Mocht ik hier rennend vandaan moeten dan hoef ik mij niet druk te maken over de deur.

Voorzichtig sluip ik door de gang heen die nu opeens heel erg lang lijkt te zijn. Mijn voeten plakken door het bloed aan de vloer vast en de stank is ondraaglijk maar ik zet me er overheen, de vraag naar antwoorden is groter dan het gevoel van paniek en chaos. Er is geen geluid in het lab, het enige wat ik hoor zijn mijn voeten in de plassen bloed en de lichaamsdelen die ik aan de kant duw. Wanneer ik ongeveer 5 minuten binnen ben, al kan het ook 15 minuten zijn, ik heb geen idee alles is een waas, hoor ik iets verderop. Mijn lichaam wil zich omdraaien en een sprint maken voor de deur maar ik neem diep adem en loop nog langzamer en stiller door. De glazen kamers waarin ik vast zat liggen vol bloed en resten van een menselijk lichaam behalve de mijne. De mijne was leeg en schoon, typisch dacht ik, mijn eigen kamer thuis is altijd een zooi...

Weer een geluid, dit keer harder. Het klonk als een voetstap en ik duik op de grond. Het geluid wordt harder, het komt naar me toe. Paniek slaat toe, logisch denkwerk verlaat mijn brein en mijn overlevingsinstinct neemt het over. Ik kijk om me heen opzoek naar iets wat ik als wapen kan gebruiken, het enige wat ik zie staan is een ijzeren emmer maar ik pak het alsnog al heb ik geen idee wat ik ermee ga doen. Het geluid is nu duidelijk te horen en ik weet zeker dat het voetstappen zijn. Ik pak de emmer bij het hendel beet en maak me klaar om op te springen en het zo hard mogelijk rond te zwaaien als ik kan. De voetstappen worden zachter maar komen dichterbij, het loopt voorzichtiger alsof het weet dat ik er ben maar het is nu zo dichtbij dat ik zijn adem kan horen. Drie, twee, één! Gaan! Ik spring overeind, een zwarte waas komt voor mij ogen, zwaaiend met mijn emmer doe ik een stap naar voren en BAM ik raak iets. “Godverdomme!” hoor ik het roepen. Ik laat de emmer vallen en voor me op de grond ligt een man in een soort ME pak en naast hem ligt een shotgun.

Voordat mijn brein doorheeft wat mijn lichaam doet heb ik het geweer in mijn handen en richt het op de man. Hij draait zich om en ik zie dat hij bloed aan zijn hoofd. Hij probeert op te staan maar het lukt hem niet en hij valt om met zijn hoofd in een plas bloed. Minutenlang sta ik met het geweer op hem gericht op mijn blote voeten die ondertussen rood zijn van het bloed. Langzaam begint mijn hart zicht weer te herstellen, de adrenaline vloeit uit mijn systeem en mijn hersenen komen terug online. Ik herinner me de tafel en de boeien waarmee ik vast zat en ik besloot om de man er in vast te zetten voordat hij bijkwam. Makkelijk gezegd dan gedaan, het is geen grote man maar de kleding die hij aanheeft maakt hem erg zwaar en moeilijk om te slepen, na een aantal minuten heb ik hem aan de tafel vastgeboeid. Met het geweer in mijn hand vervolg ik de weg door het laboratorium opzoek naar *iets*.

Ik zie vooral dingen die ik niet wil zien, meer lichamen, nog meer bloed maar ook 2 andere lichamen met dezelfde kleding als de andere man. Naast één van hun ligt een pistool. Voorzichtig loop ik er heen om het te pakken. Beide mannen hebben een gat in hun helm en bijtplekken in de nek en handen, waarschijnlijk hebben ze het pistool gebruikt om er een eind aan te maken nadat ze gebeten waren. Ik pak het pistool en stop het in mijn broekzak en loop door. Na een paar meter kom ik een deur tegen met een keycard slot maar mijn keycard lijkt niet te werken, “Toegang geweigerd”. Blijkbaar had Vanessa niet overal toegang. Nadat ik overal heb gezocht naar wapens, dode of ondode of halfdode lichamen of andere dingen besluit ik terug te gaan naar mijn eigen glazen kamer en te wachten tot de man weer bijkomt. De wond aan zijn hoofd valt mee en het bloed niet meer. Ik pak een stoel en ga naast hem zitten. In mijn hoofd bedenk ik alvast vragen maar ik weet toch dat ik ze vergeet wanneer hij wakker wordt.

vr 15 oktober 2010. 00:42

Door MrVegeta op vrijdag 15 oktober 2010 00:42 - Reacties (9)
Categorie: -, Views: 2.592

De chaos is begonnen. Ik weet niet waar ik ben, ik weet niet eens wat er net is gebeurd. Nu ik weer veilig ben, of tenminste me weer veilig voel lijkt alles zo snel te zijn gegaan. Het uiteinde van een bezem die ik iemand in zijn hoofd boorde, de ogen van een vrouw die mij aanstaren terwijl een man zijn tanden in haar nek plaatst. Is dat echt gebeurd?

Woensdagmiddag leek alles weer rustig te zijn geworden. De zwarte busjes en mannen in witte pakken die die dag in mijn straat bezig waren met het schoonmaken van de straat waren weer vertrokken en de rust leek terug gekeerd te zijn, maar 's avonds werd er stevig op deur geklopt. Ik keek door mijn raam maar zag niets staan en twijfelde of ik open zou doen of niet maar uiteindelijk won mijn rationele kant en ik dacht dat het misschien een huisgenoot was die zijn sleutel was vergeten.

Toen ik de deur opendeed zag ik 2 grote mannen in zwarte pakken met donkere zonnebrillen op ook al was het donker buiten. Van schrik deed ik een stap achter en even flitste een beeld door mijn hoofd waarin ik de deur dichtgooide, op slot draaide en via de brandtrap naar buiten klom, maar de zwarte stem van één van de mannen verbrak mijn dagdroom en met open mond keek ik ze schaapachtig aan. Ik schudde met mijn hoofd maar had geen idee wat er werd gezegd. De 2 mannen keken elkaar aan en de rechter begon te grijnzen en een fractie van een seconde later zag ik zijn vuist zich in mijn maag boren en lag ik naar lucht te happen op de koude stenen voor mijn deur.

De andere man pakte me bij mijn kraag en tilde me op en bracht me dichtbij zijn hoofd. Met een zwarte stem begon hij een aantal cijfers op te noemen. Bij de 5e cijfer sloeg het in als een bom, het was mijn mobiele telefoonnummer. Hij zag mijn gezicht van pijn naar angst vertrekken en zei wat tegen zijn collega. Ik voelde een naald mijn nek in gaan en net voordat ik mijn ogen sloot zag ik de schuifdeur van een zwart busje open gaan en met harde klap werd ik er in gegooid.

Een pijnlijke steek in mijn nek maakte me wakker, ik was duizelig en misselijk. Even dacht ik in mijn eigen kamer te liggen, maar ik lag niet op een bed, onder mij lag een harde koude metalen plaat. Mijn benen en armen waren er aan vastgeboeid waardoor ik me niet kon bewegen. Ik begon mijn lichaam heftig heen en weer te schudden in een kansloze poging om los te breken. Langzaam begon ik me herinneren wat er gebeurde en ik legde mijn hoofd achterover op de koude metalen plaat en ontspande mijn lichaam.

"Heb je door dat je niet kan ontsnappen?" hoorde ik een vrouw zeggen, ze was niet bij mij in de kamer maar stond achter een grote glazen wand tegenover mij. "Dacht je dat je ons te slim af kon zijn?" zei ze spottend. Ik begon weer duizelig te worden en voelde mijn maaginhoud omhoog komen. Met een strenge toon vervolgde ze "we weten wat je gezien hebt en we kunnen het niet riskeren dat je het openbaar zou maken." Ik riep dat ik niet wist waar ze het over had maar halverwege de zin stopte mijn stem en mijn lichaam begon te trillen, eerst in mijn benen, naar mijn buik en daarna mijn armen. "Dat zijn de bijwerkingen." "Bijwerkingen waarvan?" Vroeg ik met een zachte piepstem. Een deur ging open en de vrouw gekleed in een doktersjas liep naar me toe. Nou heb ik zoals elke jonge kerel wel eens over een zuster gedroomd maar dit was niet zoals in mijn dromen.

"Je bent in een laboratorium, hier werken we aan een geneesmiddel voor het virus." "Welk virus?" De vrouw keek me raar aan en lachte zachtjes "Denk je dat je je hier nog onderuit kan praten? We weten dat je ze hebt gezien! De man in de auto die voor jouw huis tegen een lantaarnpaal was aangereden, hij was gebeten en begon al te veranderen". Verward vroeg ik "gebeten?" en daarna nog verwarder "veranderen?" Ze keek me nog een keer aan maar dit keer had zij de verwarde blik in haar ogen. Twijfelend vroeg ze aan me hoeveel ik van het virus wist. Ik antwoordde dat ik er wat over had gehoord op tv en radio maar dat ik er verder niets van wist.

Ze keek me aan en zei "Het virus..." ze schraapte haar keel en ging verder "Het virus verandert mensen in wezens die niet leven, maar ook niet dood zijn. Hun hart stopt en bijna alle hersenfuncties stoppen. Zijn alleen te doden door hun hersenen te vernietigen of door te onthoofden." Ik wist niet of ik moest lachen, huilen of schreeuwen maar het maakte niet uit. Ik kon toch niets doen, mijn lichaam luisterde niet meer en langzaam sloot ik mijn ogen. In mijn dromen was ik samen met mijn vriendin in een groot groen park aan het picknicken en vogeltjes vlogen om ons heen. Het was een mooie lente dag en de lucht was helder blauw met wat schapenwolkjes. We rolden samen door het gras in elkaars armen. Ik bracht mijn lippen naar de hare. Uit mijn ooghoek zag ik haar vlakke hand naar me toe gaan en ik voelde een harde klap op de zijkant van mijn gezicht. Ik opende mijn ogen en de vrouw van eerder stond over mij heen gebogen. "We moeten nu weg!" Haar witte jas zat nu onder grote rood bruine vlekken.

Ze maakte de handboeien los en hielp me overeind. "Één van de testsubjecten is ontsnapt." Ik deed geen poging om te begrijpen of te vragen waar ze het over had, het enige wat ik wilde was weg uit dit gebouw en daar kon zij mij bij helpen. Ze trok de deur open en de felle tl buizen op de gang deden pijn aan mijn ogen die ik half dicht kneep. Ik hoorde verderop een vrouw schreeuwen terwijl ze op het glas aan het slaan was met haar handen. Ik draaide me om en rende er heen, door het glas heen zag ik haar bebloede handen tegen het raam aanslaan met grote ogen keek ze me aan. Pure angst. Achter haar zag ik een man langzaam naar haar toe kruipen, zijn handen voor zich uitgestrekt en zijn kaken wijd open. Verstijfd van angst en een raar gevoel van nieuwsgierigheid stond ik stijf achter het glas terwijl de de tanden van de man zich in de vrouw drukten. Het raam kleurde zich rood met bloed dat uit de vrouw haar nek spoot.

De vrouw in doktersjas stond naast me en zei "Dit gebeurd er met mensen die geïnfecteerd zijn. Ze eten levende mensen en als die geluk hebben eten ze zoveel dat zij niet terug komen als één van de ondoden." Ze trok me aan mijn schouder, "we moeten nu weg!" Samen renden we door de gangen heen, geen idee waarheen. Links en rechts van me zag ik mannen en vrouwen met hun handen langzaam tegen glazen ramen en dichte deuren aanslaan en met hun lege witte ogen volgende ze ons. In mijn hoofd hoorde ik mijn stem tegen mezelf zeggen "Blijf voor je kijken, blijf door rennen!" "We zijn er bijna" riep ze terwijl ze achterom keek. Ik probeerde haar te waarschuwen maar het was te laat, een hand uit een glazen raam pakte haar beet en probeerde haar naar binnen te sleuren. Terwijl ik naar haar toe rende pakte ik een bezem en brak hem in tweeën. Ik dook door het raam heen en in één vloeiende beweging stak ik de de linkerhelft van de bezem in de man zijn rug, toen hij zich naar mij omdraaide stak ik de rechterhelft diep in zijn oog. Hij viel neer op de grond en bewoog niet meer.

Ik tilde de vrouw overeind en met paniekerige bewegingen voelde ze aan haar lichaam, ppzoek naar een bijtplek. Ik pakte haar beet en schudde haar heen en weer. Ze kwam weer bij en ik zei dat we hier weg moesten. Ik hielp haar door het raam terug de gang om en ik klom haar achterna, achter ons had onderhand een klein aantal van de ondoden zich verzamelt. Ik duwde haar zachtjes naar voren en ze begon weer te rennen en ik volgde haar. We stopte bij een deur met een keycard slot, "Hier is de uitgang" "Waar wacht je dan op? We moeten hier weg!" zei ik. Ze keek me aan en ik zag de kleur langzaam uit haar ogen verdwijnen, het laatste witte gedeelte op haar jas begon donkerrood te kleuren. Ze was gebeten. Uit haar broekzak haalde ze de keycard waarmee ik de deur open kon doen en ze gaf me een telefoon, een model dat ik nog niet eerder had gezien.

"Ik wil niet zoals hun eindigen maar het transformatieproces duurt maar enkel minuten, ik voel de controle over mijn lichaam langzaam wegzakken en mijn ogen worden zwaar." Ze probeerde mij aan te kijken maar haar ogen waren nu bijna helemaal wit en ik deed een stap achteruit. Ze probeerde nog wat te zeggen maar haar stem viel weg en een traan rolde uit haar oog. Ik ging achter haar staan en sloeg mijn arm om haar nek en drukte haar keel dicht. Ze stribbelde niet tegen en liet haar lichaam hangen. Na een halve minuut legde ik haar op grond, sleed de keycard door het slot en de deur ging open. Buiten was het donker en ik had geen idee waar ik was. Ik stapte naar buiten en de deur viel met een onheilspellende klap achter mij dicht. Buiten stond ik stil, verstijfd van angst en de chaos die zich in mij lichaam opbouwde werd ondraaglijk. Ik vulde mijn longen met frisse lucht om te schreeuwen maar achter mij hoorde ik een bonkend geluid. Ik draaide me om en zag de vrouw langzaam tegen het raam aanslaan met haar blote vuisten, haar kaken hingen los en ze kreunde een geluid dat ik nog nooit uit een vrouw had horen komen. Ik keek door het glas en zag haar naamkaartje waarop "Vanessa" stond.

Rechts van me was een trap die ik naar boven volgde in een rustig tempo om niet teveel lawaai te maken. Toen ik boven was stond ik een groot grasveld, ik besloot een kant op te lopen en na een aantal minuten kwam ik een hoog hek tegen waar ik zonder moeite overheen klom. Een schril geluid doorbrak de stilte en ik dook op de grond, nogmaals hoorde ik het geluid en toen realiseerde ik me dat het de telefoon was die ik van Vanessa had gekregen. Ik greep de telefoon uit mijn broekzak, op het display glom een rode cirkel. Het display zoomde uit en ik zag dat het een kaart was van Nederland, helaas heb ik nooit echt opgelet met aardrijkskunde en kon ik niet bepalen waar ik was. Ik ging op de grond zitten en begon wat door de telefoon heen te kijken, daarin vond ik een optie om berichten te typen en alhoewel het wennen was werkte het wel goed getuige dit bericht. Ik ga nu opzoek naar een plek waar ik kan overnachten, wellicht dat ergens een hoge boom is waar ik in kan klimmen. Ik heb geprobeerd om een naar mijn vriendin te bellen maar ik heb hier geen bereik of ik snap niet hoe de telefoon werkt. Morgen overdag moet ik bepalen waar ik ben, hoe ver ik van huis ben en hoe groot de chaos overal is maar dat gaat niet lukken in mijn huidige conditie, ik vraag me af wat ze in mij hebben gespoten daar binnen.