Zombiepocalyps.

Door MrVegeta op zaterdag 11 december 2010 12:20 - Reacties (21)
Categorie: -, Views: 5.201

Beste lezers,

Vandaag is er helaas niet een nieuw stukje maar een korte persoonlijk boodschap. Afgelopen donderdag (09/12/2010) is mijn moeder overleden na een driejarige strijd tegen kanker. Het ging de afgelopen tijd steeds minder en sinds deze week lag ze ook in een ziektebed.

Dus nieuwe posts maken is op het moment niet mijn hoogste prioriteit maar ik ga er zeker mee verder maar verwacht deze week nog niets concreets, ik heb wel wat dingetjes staan in verschillende documenten want ik zat echt te denken hoe ik mijn personage uit zijn "zombie-coma" ga halen en wat er dan gaat gebeuren.

Maar voor nu ben ik met familie en vrienden en vriendin om deze tijd door te komen.

??? (Zombiepocalypse)

Door MrVegeta op zondag 28 november 2010 16:41 - Reacties (9)
Categorie: -, Views: 6.060

Mijn lichaam reageerde nauwelijks op mijn orders en het leek alsof die zelf een missie had. De koele regen die op mijn gezicht drupte verkoelde mijn warme lichaam,maar toch voelde het alsof mijn hoofd van binnen aan het koken was. Een steek vanuit mijn onderrug schoot door naar de achterkant van mijn hoofd. Wat was ik aan het doen? Hoe kwam ik eigenlijk hier? Bij elke vraag die ik mezelf stelde deed mijn lichaam weer een stap naar voren. Mijn voeten sleepten door het natte gras en ik kon moeilijk mijn evenwicht bewaren, uit reactie stak ik mijn handen naar voren om mijn lichaam te balanceren en even stond ik weer rechtop. Ik zag mijn benen weer verder bewegen, mijn hoofd was nog aan het koken en voor mijn ogen zag ik allemaal vlekken en de wereld was grijs maar op een rare manier had ik het nog nooit zo scherp gezien in het donker. Langzaam begon ik me concentreren op wat ik aan het doen was, ik zag dat ik richting een schuur aan het lopen was, ik wilde er niet heen maar mijn benen bewogen uit zichzelf. Weer een pijnlijke steek, ditmaal in mijn buik alsof ik al dagen niet meer had gegeten.

Een klap tegen mijn voorhoofd maakte me weer wakker maar nog steeds stond ik buiten in het donker terwijl de regen alleen nog maar erger was geworden. Het geluid van de regendruppels in de plassen water was overdonderend. Ik keek op en zag dat ik voor de schuur stond, onhandig ging ik opzoek naar de deur. Langzaam schuifelde ik om de schuur heen tot ik bij de deur kwam. Ik probeerde de klinken beet te pakken maar ik kon mijn handen er niet omheen buigen, uit frustratie begon ik tegen de schuur aan te slaan. Toen realiseerde ik me opeens dat ik niet eens wist waarom ik naar binnen wilde. Maar die gedachte werd al gauw weer verdrongen door nog een pijnlijke steek uit mijn maag en ik begon tegen de deur aan te duwen. Het voelde als een onmogelijke missie maar op pure wilskracht kreeg ik de deur open. Met een luide klap viel ik op de grond en de deur klapte open.

Het was hier zo donker maar toch kon ik nog veel details zien, terwijl ik probeerde op te staan zag ik verschillende soorten auto’s en trackers staan, aan mijn linkerkant stonden een hoop geweren in rekken tegen de muur en aan de rechterkant hingen kapmessen en hooivorken. Een ijskoude rilling ging door mijn rug heen bij het zien van die messen. Opeens hoorde ik een stem zachtjes huilen, ik draaide een rondje maar kon het geluid niet lokaliseren. Het galmde tegen de muren en mijn oren begonnen te piepen en al gauw werd ik duizelig en ik viel weer bijna om, automatisch stak ik mijn handen weer in de lucht en toen keek ik recht in de ogen van een klein jongetje dat vastgebonden zat aan een paal in het midden van de schuur. Hij kwam me vaag bekend voor maar ik kon het niet plaatsen, sowieso kon ik aan niets denken. Ik was alweer vergeten hoe ik in deze schuur was gekomen en nog erger, ik had geen idee waarom ik hierheen moest. Het jongetje lachte een beetje en zuchtte van opluchting. Hij zei iets maar het geluid van zijn stem overwelmde weer en opeens was die stil door een ander geluid en ik hoorde het ook.

Een geluid dat ik vreesde als geen ander geluid, er was een zombie in de schuur. Daarom huilde het jongetje zeker? Ik draaide me om om te kijken of ik het ergens zag lopen maar het was weer helemaal stil en ik zag niets bewegen. Ik deed een stap richting het jongetje en hij leek heel bang, te bang zelfs om te huilen. Zijn borstkas ging hevig op en neer en zweet droop over zijn hoofd terwijl ik langzaam naar hem toe schuifelde. Alweer dat geluid maar dit keer maakte ik me er niet druk om, het pijnlijke gevoel in mijn buik deed rare dingen met me. Gedachten over het warme en zachte vlees dat voor me zat verdrongen alle andere gedachten. Ik zag mijn handen voor me uitzwaaien en handen die al aan het krabben waren terwijl de jongen nog een aantal meter voor me op de grond zat. Ik stond nu twee meter voor de jongen en hij gilde hard, het voelde alsof mijn oren uiteenbarsten en ik viel met een harde klap op de grond maar ik voelde het nauwelijks. Zelfs nu kroop ik naar de jongen toe en hij probeerde mij te trappen maar ik voelde niets.

Ik had de jongen bij zijn beet met mijn ijskoude handen en ik trok hem naar me toe, zo dichtbij dat warme zachte vlees. De broek kon me niets schelen daar kon ik wel doorheen bijten, ik opende mijn mond en een kreun kwam diep uit mijn keel maar het was geen kreun van genot of opluchting. Ik voelde een harde klap op mijn achterhoofd en de jongen zag zijn kans en gaf me een trap op mijn neus. Ik liet hem los en hij kroop zo ver van mij vandaan als hij kon. Ik rolde op mijn rug en zag daar een grote kerel staan met een houten knuppel in zijn hand. Hij riep “Brahram?!” of tenminste zo klonk het. Ik wilde ook wat zeggen maar ik kon geen woorden meer bedenken en het enige wat uit mijn mond kwam waren rare kreunen en ik zag de knuppel weer naar beneden gaan. Ik wilde met mijn armen mijn gezicht bedekken maar het enige wat zij deden was naar de jongen klauwen. De knuppel raakte me op de zijkant van mijn hoofd en ik voelde mijn armen nu naast me voelen en me lichaam sloot zich af van mijn hersenen maar ik kon nog wel wat horen en zien maar mijn lichaam deed nu helemaal niets meer.

De jongen pakte me beet en sleepte me tegen een paal aan bond me vast. Beiden stonden ze voor me, de kleine jongen had de hand vast van de grote kerel. En ik keek in zijn verdrietige ogen, tranen rolde over zijn wang. De grote kerel hurkte voor me en zijn gezicht kwam me bekend voor maar ook nu weer kon het niet plaatsen, ik had al geen idee meer hoe ik aan deze paal was vastgebonden. Ze zeiden beide iets maar de stemmen waren vervormd en deden pijn aan mijn oren. Samen liepen ze de schuur uit en lieten mij achter in de kou en donker. Ik had het gevoel dat ik droomde, ik kon niets herinneren van wat er was gebeurd maar ik kon niet wakker worden en nu kon ik me ook niet meer bewegen omdat ik was vastgebonden, zelfs mijn kaken kon ik niet op elkaar doen want daar zat ook een stuk touw tussen. Ik probeerde te schreeuwen maar ik kon geen lucht in mijn longen krijgen en ik viel in elkaar. Niets bewoog en mijn hoofd begon weer op te warmen. Ik gaf het op, dit zou mijn laatste avond worden op de aarde, vastgebonden aan een paal in een schuur en ik wist niet eens hoe ik hier kwam of wat ik hier kwam doen en ik sloot mijn ogen, wachtend op het onvermijdelijke einde.

??? (Zombiepocalypse)

Door MrVegeta op donderdag 25 november 2010 00:34 - Reacties (12)
Categorie: -, Views: 5.305

Ik kreeg een klap in mijn gezicht en toen ik mijn ogen opende zag ik een emmer water mijn kant op gaan. Ijskoud water zelfs. Mijn moeder dreigde daar altijd mee als ik weer eens niet uit bed wilde komen om naar school te gaan, gelukkig bleef het bij dreigen met haar. Ik wilde met mijn handen in mijn ogen wrijven maar ze waren vastgemaakt aan de stoel waar ik op zat. Ik realiseerde me nog niet helemaal wat er aan de hand was en hoe ik hier was gekomen. Nog een keer kreeg ik een klap, dit keer op mijn achterhoofd, ik voelde een warm straaltje bloed over mijn lip rollen. “Is dit hoe je mij bedankt?” De stem was vervormd en kwam vanuit een speaker ergens in de kamer. “Ik had goede hoop voor je, dat je een goede soldaat zou worden. Iemand die zijn plek weet en zijn orders volgt.” Ik zei niets terug. “Maar het lijkt er op dat we je jouw plek maar moeten laten zien.” “Herman, ik begrijp het niet. We proberen Nederland te verdedigen maar jij deed geen poging om die jongen te redden, als ik het goed zag was je zelfs aan het glimlachen. Daar wil ik niets mee te maken hebben.” “Pas maar op met wat je zegt, je gaat je matras en het warme eten erg snel missen buiten ons kamp. We geven je even de tijd om na te denken over je acties van zondag.” Ik zuchtte diep en wederom hoorde ik de stem door de speaker “En voor de duidelijkheid. Ik ben niet Herman...”

Ik hoorde de deur dichtklappen en boven mij knipperden nu twee tl-buizen. De kamer waarin ik zat was klein, maar een paar vierkante meter, voor me op de grond zag ik een doucheputje in de cementen vloer. Het ijskoude water dat over mij heen was gegooid stroomde daarin en het kleurde oranje van mijn bloed. Er waren geen ramen, dus ik had geen idee hoe laat het was. Laat staan hoe lang ik hier al zat voor ik zo ruw werd wakker gemaakt. Nadenken over mijn acties? Ik had een jongen gered van een gruwelijk lot, een man uit zijn lijden verlost en een zombie omgelegd. Was dat niet waar we voor trainden, om anderen en onszelf te beschermen. Het was doodstil in de kamer, ik wist niet eens zeker of ik nog wel op de basis was. Ik probeerde me uit mijn stoel te worstelen maar de leren riemen om mijn armen en benen zaten te strak om ze goed te bewegen en de stoel zat vast in het cement. Ik ging nergens heen, tenminste niet zonder hulp. Op dat moment ging de deur open en een man met een skimasker stapte de kamer in, ik herkende hem niet en hij zei ook niets. Hij zette een zwarte leren koffer in de hoek van de kamer neer, hij ging tussen mij en de koffer inzitten zodat ik niet kon zien wat hij aan het doen was.

“Wie ben je?” vroeg ik, “Wat kom je hier doen?” De man zei nog steeds niets, hij stond op en draaide zich om. In zijn hand had hij een grote naald en hij tikte met zijn middelvinger tegen de naald aan. Ik ben nooit echt bang geweest voor naalden maar meestal wist ik toen waar het voor was, nu dus niet. Ik voelde mijn hart sneller en harder kloppen, de druppels water op mijn gezicht begonnen naar beneden te rollen en proefde zout van het zweet. De man deed een stap naar achter, ik kon nergens heen. Ik probeerde mijn benen los te krijgen maar ik had geen speling. Hij deed nog een stap naar voren en keek naar mij, het zou vast wel een grappig gezicht zijn voor hem aangezien hij een poosje zo stil bleef staan. “Ben je klaar?” vroeg hij. Hij had een zwarte stem die ik nog niet eerder had gehoord en een Duits accent. Nogmaals vroeg ik wie hij was en wat hij ging doen. Ik kreeg geen antwoord. Zijn hand bewoog zo snel dat ik het niet eens goed zag en ik voelde zijn sterke handen mijn kaak beetpakken. Nu kon ik ook mijn hoofd niet meer bewegen. Hij drukte mijn hoofd achterover en stak de naald diep in mijn nek. Hij liet me los en ik voelde langzaam mijn lichaam verlammen, eerst mijn benen, daarna het gevoel in mijn buik, armen, en zelfs in mijn nek. Ik kon niets meer bewegen, ik kon alleen nog met mijn ogen knipperen.

Ik hoorde de deur weer open gaan en dacht dat ik de man nog “Sterkte” hoorde zeggen maar al gauw kon ik mijn hallucinaties niet meer onderscheiden van de werkelijkheid dus wellicht zei die niets en verbeelde ik het me maar. De kamer begon te draaien, kleuren en geluiden kwamen vanuit het niets en toen was plots alles zwart voor mijn ogen. Had iemand het licht uitgedaan? Opeens kreeg ik het gevoel alsof ik achterover viel en mijn lichaam schokte hevig heen en weer en ik voelde mijn ogen zwaar worden en hoe hard ik het ook probeerde, ik verloor mijn bewustzijn.

Zo 24 oktober 2010. 21:37

Door MrVegeta op maandag 22 november 2010 00:06 - Reacties (8)
Categorie: -, Views: 4.776

Vannacht had ik weer last van nachtmerries, in mijn dromen had ik samen met mijn vrienden een bowlingbaan gebruikt als verdedigingspunt. Dit bleek achteraf toch niet zo'n goed idee te zijn want de zombies stroomden door ramen en deuren naar binnen terwijl wij ons met barkrukken en poolkeuen op en rondom een bar stonden te verdedigen. Een van mijn vrienden werd van de bar afgetrokken en binnen een aantal seconden stond hij alweer op, hij draaide zich om, opende zijn mond en kreunde zoals de rest van de meute. Hij hees zijn handen voor zich uit en begon naar mij toe lopen, ik viel achterover van de bar en zag links van mij een zombie zich naar mij toe slepen. Ik probeerde met een fles Boomsma beerenburg die ik uit een kastje pakte zijn hersenen in te slaan maar ik sloeg mis en voor ik wist zat de zombie aan mijn arm te knabbelen. Op dat punt schrok ik wakker en ook juist op dat moment ging mijn deur open en ik zag Herman zijn silhouet in de deuropening staan.

“Alles goed?” Vroeg hij met een stem die nog schor was van het schreeuwen gister tijdens het voetballen. “Ja ehm, rare droom. Ik kom er zo aan.” Herman keek me nog eens strak aan, opende zijn mond om wat te zeggen maar bedacht zich en liep de deur weer uit. Ik kleedde me om en liep gaperig het veld op waar al een aantal jongens stonden te rekken. We begonnen met de groep zoals gewoonlijk te hardlopen, tien kilometer in een rap tempo, daarna weer rekken en daarna interval training (waar ik al een hekel aan heb sinds het C1 voetbal team). Daarna ontbijten, in de middag hand-op-hand gevechten waarbij één zombie speelt en de andere zich er tegen moet verdedigen met alleen zijn handen. Dit wordt afgewisseld met een sparpartij waarbij we een kruising tussen Kung Fu en boksen gekruiken. Later op de middag gaan we bezig met onze kapmessen, die van mij is nog schoon en heeft alleen nog maar wat bomen gezien maar de messen van sommigen anderen zijn bruinkleurig van het bloed en ingewanden van de zombies die ze ermee hebben neergehakt. Tegen de avond laat Herman ons vaak nog een aantal dingen zien waarmee wij ons kunnen verdedigen mochten we onze messen zijn kwijtgeraakt. En 's avonds is het te donker en koud om goed te trainen, er zijn verschillende teams die op de uitkijk staan en de rest van de jongens gaan kaarten of andere dingen doen.

Maar vanavond werden er geen ontspannende dingen gedaan, tenminste niet voor mij. Andere jongens konden niet wachten op wat er ging komen vanavond. Een team van 4 Vrij Nederlanders is gister op pad gegaan naar een klein dorp buiten onze basis waar rooksignalen vandaan kwamen en zijn teruggekomen met een jongen en zijn vader. De jongen is nog jong, een jaar of dertien denk ik en zijn vader is tegen de vijftig aan. Een grote stevige kerel met een flinke baard, waarschijnlijk heeft hij zich de afgelopen weken niet kunnen scheren. De vader moet dezelfde proef doorstaan die ook ik heb gedaan een week geleden, met zijn brede armen verwacht ik niet dat hij problemen zal hebben. Geert (die ik onderhand als vriend reken) kwam naar me toe en vroeg ik wat wilde inzetten op vanavond. Mijn blik zei genoeg en hij begreep de boodschap. “Dankzij jou heb ik genoeg peuken tot het einde van het jaar trouwens, niemand had verwacht dat jij het zou halen maar ik wel.” Hij zou het wel als compliment bedoelen maar mijn stemming werd er niet beter op. Om half acht gingen we ons verzamelen om te zien hoe de “oude man” het ging doen.

Het was koud en donker buiten, de man die rechts van ons stond had zijn hand voor zijn ogen en stond er wat verdwaald bij, het was stil maar links van ons hoorde ik de zombie al zuchten en kreunen. Herman zijn stem doorbrak de stilte, “Zeventig meter voor jou staat een kooi met daarin een zombie, vijfendertig meter voor jou ligt een kapmes. Schakel de zombie uit en je bent één van ons!” Links ging de lamp boven de kooi open en de deur ging open. De oude man deed een stap naar achter en keek om zich heen. Ik vroeg me af wat er door hem heen ging, welke gevoelens, angst, haat, frustratie? Hij haalde diep adem en liep hard (het leek op een kruising tussen jumpen en wandelen) naar het mes toe, bukte en pakte het op. De zombie was een paar meter van hem verwijdert. De oude man stond weer rechtop en keek naar de zombie die langzaam naar hem toe schuifelde, het akelige geluid dat het voortbracht gaf mij rillingen en ik sloot mijn ogen. Een luide klap deed mijn ogen weer openen, alleen was het niet wat ik had verwacht. De oude man had het kapmes laten vallen en viel op zijn knieën terwijl de zombie nu erg dichtbij was.

Ik hoorde de oude man wat zeggen maar ik kon het niet verstaan, hij wreef in zijn ogen en ik vervloekte mijn ogen, ik kon het niet goed zien maar het leek alsof de man aan het huilen was. Toen ik goed naar de zombie keek zag ik dat het een grote jonge kerel was met brede armen en hij had een overal aan. De oude man schreeuwde “Wiebe! Nee! Wiebe...” De zombie stortte zich bovenop de man en nam een hap uit zijn keel. Bloed spoot in het gezicht van de zombie die hierdoor alleen maar enthousiaster werd en hij kreunde eenmaal hard en nam nog een hap uit de man. “Pappa!” hoorde ik een jonge stem roepen en ik zag het jongetje zich uit de greep van één van de soldaten worstelen en hij sprintte richting het bloedbad. Een paar jongens keken elkaar aan maar ze hielden elkaar tegen, durfden ze niet wat te doen? Het jongetje gleed uit in een plas water, het lawaai deed de zombie zich omkeren en langzaam begon hij naar de jongen te slepen. “Wiebe! Wat heb je met papa gedaan! Wiebe!” Het sloeg in als een bom, de zombie was de broer van de jongen. Ik keek om en zag Herman een glimlach onderdrukken.

Ik kreeg een rode waas voor mijn ogen en mijn lichaam bewoog zich zonder dat ik er invloed op had, ik duwde 3 jongens die voor mij stonden aan de kant en trok een sprint richting de jongen. De zombie was al dicht in de buurt en de jongen kroop ook nog zijn kant op, nog maar een paar meter en dan was ook de jongen het eeuwige ondode leven geschonken. Ik was snel maar ik ging het niet halen, de kleine jongen kon zich sneller bewegen dat ik had gedacht en gehoopt. De zombie begon al met zijn armen te zwaaien uit enthousiasme, ik pakte het kapmes uit mijn riem en gooide met al mijn kracht het mes richting de zombie. Met een luide klap viel deze achterover de grond en ik zag het mes uit zijn voorhoofd steken. Ik rende door, pakte het mes uit het hoofd van de eindelijk dode Wiebe en liep door naar zijn vader die verder op hevig aan het rillen was. Of het door de kou kwam, het bloedverlies of dat hij al aan het veranderen was deed er niet meer toe. Hij zou één van hun worden. Zijn ogen waren nog normaal, althans niet doodwit zoals de anderen. Ik knielde voor hem en zei zacht “Het spijt me dat dit jou is overkomen, ik beloof op je zoon te passen en ervoor te zorgen dat hem een soortgelijk lot bespaard zal blijven.” Het leek alsof hij knikte, met een krachten neerwaartse slag onthoofde ik hem. Ik stond op en draaide me, in plaats van geklap en gejoel voor mijn toch wel gave acties werd ik verwelkomt door de grote vuist van Herman die mij recht in mijn gezicht raakte. Ik viel achterover in het gras en ik zag langzaam de maan verdwijnen terwijl ik mijn eigen bloed proefde.

Za 23 oktober 2010. 19:44

Door MrVegeta op vrijdag 19 november 2010 03:18 - Reacties (8)
Categorie: -, Views: 4.648

Ik ben nu bijna 1 week op de basis van Vrij Nederland, wat ik trouwens een vrij domme naam vind maar ik schat Herman wel in als een PVV stemmer dus waar de inspiratie voor “Vrij Nederland” vandaan komt hoeft geen raadsel te zijn. Ik begin een aantal jongens hier wel goed te kennen en vanochtend hadden we een kleine verassing op de basis. Ik werd eens niet wakker gemaakt door een nachtmerrie of door Herman die brullend in de deur staat om ons aan het trainen te krijgen, nee vandaag werd ik wakker met iets wat ik al een poos niet meer had gehoord. Muziek! Eerst dacht ik nog dat ik aan het dromen was, een tijd waarin dingen zo simpel waren maar ik hoorde luide stemmen uit de andere kamers komen en ik ging rechtop zitten. De muziek was zacht, net verstaanbaar.

“Zaterdag was de mooiste dag van de week en je wist als je naar je vriendjes keek; hier gaan ze heel wat beleven. En de trainer riep; samen is niet alleen maar eenmaal op het veld vergat je dat meteen. We waren zeven.”

Het was “Groen als Gras” van Acda en de Munnik, het was jaren geleden dat ik deze plaat had gehoord. Ik was met mijn A2 team kampioen vierde klas geworden. Ik begon net weer wat weg te dromen toen Geert op mijn deur stond te slaan en hij riep “Kom op! Voetballen!” Met een raar gevoel in mijn buik stond ik op en ik opende de deur, buiten zag ik een paar voetballen liggen en jongens in verschillende shirtjes en iets wat ik waarschijnlijk nooit weer ga vergeten. Herman in een net te klein officieel KNVB scheidsrechters pak en op zijn gezicht een brede glimlach terwijl hij hard op zijn fluitje aan het blazen was. De muziek speelde door, Groen als Gras was net afgelopen en de boombox ging over naar “Eye of the Tiger”.

Het gevoel dat ik mijn buik had was ook iets wat ik al jaren niet meer had gevoeld maar toen ik op het veld stond wist ik wat het was, zenuwen. Ik was altijd zenuwachtig in het begin van het seizoen, helaas heb ik tijdens een wedstrijd ongeveer 3 jaar geleden mijn voet gebroken waardoor ik nooit weer echt heb kunnen voetballen maar om dit gevoel weer even terug te hebben was wel heel fijn. In plaats van de normale routine (hardlopen, krachttraining en sparren) hebben we de hele middag gevoetbald. Er waren zes teams van vijf spelers op een veld van ongeveer veertig meter met twee kleine goals. Het was geweldig leuk en even leek iedereen weer zeven, zoals Acda en de Munnink in de ochtend zongen. Om vijf uur was het toernooi afgelopen en helaas was mijn team dankzij een blunder van de spits die - net als Robben - had moeten scoren in de finale tweede geworden. Na het toernooi gingen we douchen en werden we “Stipt om half zes!” verwacht in de kantine.

Tijdens het eten verteld Herman vaak hoe de situatie er voor staat, hij kan blijkbaar nog communiceren met anderen buiten deze basis. Vanavond vertelde hij dat het midden van het land uit 99,9 procent zombies bestaat en diegenen die de eerste fase hebben overleefd niet lang meer kunnen overleven maar helaas kan niemand wat voor ze doen. In het noorden van het land staat het er anders voor, de Friezen en Groningers zijn blijkbaar betere survivalisten dan de mensen in de randstad. Hoe het er precies voor staat weet ook Herman niet maar hier en daar zijn kleine dorpen omgebouwd tot kleine kampen met overlevenden, zij kunnen overleven van hun vee en de groenten die zij zelf verbouwen. Wat eerlijk gezegd beter klinkt dan de troep-uit-blik die wij elke dag eten. En in de grote steden zoals Leeuwarden en Groningen zelf zijn buurten afgezet en wonen mensen nog relatief veilig maar zij gaan het niet lang volhouden, foto's vanuit vliegtuigen en helikopters laten zien dat de hordes zombies uit het midden van het land zich verspreiden naar het noorden en zuiden. Het gaat een aantal dagen of misschien zelfs weken duren maar ze komen, langzaam maar zeker.

“Ik ben met enkele anderen kampen aan het praten over de aankomende horde. We zijn het met elkaar eens dat we moeten samenwerken om te overleven. We zoeken een plek die groot genoeg is om iedereen heen te verplaatsen maar waar ook genoeg eten en natuurlijke bescherming is. Als wij eenmaal deze plek hebben gevonden gaan we daarheen en gaan we ons land verdedigen!” Het optreden van Herman deed in enkele jongens het vuur weer oplaaien maar ik begon me ondanks het warme welkom toch eenzaam te voelen. Ik mis mijn vrienden en mijn vriendin, mijn vriendin heeft een poos alleen in een oorlogsland gewoond toen ze twaalf was, nu is ze vierentwintig, ik gok dat ze best nog wel een eind is gekomen en misschien zelfs in één van de kampen zit net buiten Leeuwarden. Mijn vrienden... als ze hebben samengewerkt is hun kans aanzienlijk maar er is nu geen mogelijkheid om er achter te komen. Mochten ze het hebben overleefd kom ik ze vanzelf tegen en als ze dood zijn misschien ook wel.